Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rEc. STAAT EN OORLOG. 1786. 239

Wy ten minften, die overtuigd zyn, dat 'er geene middelen, hoe fchandelyk ook, gefpaard worden , om aan den geest van Oproer nieuw voedzel te verfcbaffen, apprehendeeren zoo zeer de fatale gevolgen, welke voor de rusr der Stad en de veiligheid der weldenkende Ingezeetenen te voorzien zyn; dat wy met al den ernst, welke de aert der zake en het vertrouwen waar meede U Edele Groot Mogende ons vereerd hebben , vereischt, moeten verklaaren; dar, indien de Schuttery welke niet alleen door thans exfteerende temporaire omltandigheeden zig in een diep verneederden ftaat bevind, maar in haare form en conftitutie geheel' is bedorven, moet blyven in dien ftand, waar in zy thans is ——het allezints te dugten ftaat, dat deeze Stad zig welhaast na Ons vertrek , in eene nog ongelukkiger gefteldheid zal' bevinden , als die waar tegen U Edele Gr. Mogende door het decerneeren onzer Commisfie hebben getragt voorziening te doen.

Om alle deeze reedenen , en in confideratie der gronden door ons hier voren aangewezen , maken wy dan ook geen zwarigheid om provifioneel U Edele Groot Mogende omtrent het eerfte gedeelte der Propofitie door de Gedeputeerden der Stad Rotterdam op den 11 January laatstleden gedaan, te advifeeren ; dat LJ Edele Groot Mogende behooren dezelve te declineeren; en te verklaaren, dat de Gecommitteerden van U Edele Groot Mogende gecombineert met de Magiftraat, ingevolge, U Ed. Gr. Mog, Refolutie van 10 Augustus 1784 bevoegd en geregtigd zyn, om omtrent het Redres der Schutterye als een gepast middel tot herftel van de rust en vertrouwen binnen de Stad Rotterdam te delibereeren , en zoodanige voorzieningen te doen, als zy nodig oordeelen; met aanfcbryving aai. de Vroedfchsp der gemelde Stad, om de vooifcbreevc hun Edele Groot Mogende Gecommitteerden gezaamentlyk met den Magiftraat,

de

Sluiten