Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aprilj STAAT EN OORLOG. 1786. 379

gegeeven, het zelve niet alleen mondeling, maarfchriftelyk aan hun Edele Mog. Collegie zal worden overgebraet.

3- Dat wyders, uit het voorenftaande niet alleen zeeker is, dat het • geeven van het Wagtwoord by de Stadhouderen in der 'tyd niet gegeeven is, als het Hoofd van het Collegie van Gecommitteerde Raden , maar integendeel als Stadhouder, in welke qualiteit hy ook het Hoofd van het Hof is, maar ook dat Gecommitteerde Raaden, althans voor het jaar 1651 , geen het minfte regt tot het geeven van het Wagtwoord gehad hebbende, dienvolgende, niet iD de mogelykheid geweest zyn, het zelve, uit deference , aan de Stadhouders voor dien tyd over te laaten, — En wat de volgende tyden aangaat, meenen Burgemeefteren en Vroedfchappen, dat men het te ónregte, by de Memorie van Confideratien zoodanig doet voorkomen, als of *er geene blyken in de Registers voor handen zyn , waar uit confteeren zoude , dat hun Ed. Gr. Mog. van het fyftema van de Refolurie van 4 en 5 Maart 167a afgegaan zouden zyn; ja oat Heeren Gecommitteerde Raden, buiten weeten van den Souver aint uit deference voor de Stadhouders , de dispofitie over het Wagtwoord aan hoogst denzelven zouden overgelaaten hebben ; naardemaal zulks nog buiten weeten van den Souverain blykt , nog uit bloote deference gefchied is'; zoo als blykt, behalven uit her gezegde, uit de volgende peremtoire Remarque:

M 2 Dat,

Sluiten