Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MAY,

STAAT EN OORLOG. 1786. 293

hadt, recht zoude geevén om de conti» nuatie daarvan te vorderen , als iets dat Hem wettig competeerde, waaruit dan verder ook volgt, dat de opdragt niet beweezen kunnende worden , zoo wel eene Quceftio' Juris, als faSti zoude plaats hébben.

Of de redeneering in dé tweede paragraaph van deeze preliminaire Remarque voorkomende , admisfibel zy , dan niet, laaten de Ondergeteekende voor als rog aan de decilie van den Souverain , wien zulks alleen toekomt, over; echter zullen zy in 't vervolg nog iets aanroeren , om die redeneering, ook uit het gevoelen van Burgemeefteren en Vroedfchappen, eenigzins admisfibel te maaken.

De Ondergeteekende zullen de raifonnementen , pag. 4. in fine van de ProMemorie voorkomende, niet onderzoeken. Zy reekenen zich niet bevoegd om te durven decideeren , tot hoe verre zich het gezag van den Souverain uitürekt. Zy willen wel toeftemmen, dat 'er zoodanige hornes en paaien plaats behooren te hebben ; maar zy kunnen van de aequiteit en billykheid van den Souverain nimmer verwachten , dat Hoogstdezelve die paaien te buiten zoude kunnen of willen gaan. Dan zy betuigen niet te kunnen zien, waartoe deeze geheele pasfage zoude kunnen dienen. Te meer, wyl 'er in de geheele Memorie van Confideratien geene de minfte melding van deeze fuftenue, of men naamlyk Zyne Hoogheid zoude kunnen afneemen een Commando , 't welk Hem uit krachte van Zyne Charges zouöe competeeren, wordt gemaakt. De Ondergeteekende zouden zich daarom dan ook kunnen dispenfeeren te onderzoeken, of alle de hier geavanceerde raifonnemenT 3 ten

Sluiten