Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4C4 sept. ZAAKEN VAN 1780.

nen regeerenden invloed; waar door uitwyzende het geene in deeze Provintie plaats heeft de vrye deliberatien der Staats . Leden, zo op'merkelyk, en door zoo veele middelen en we^en

kunnen belemmerd worden; daar in tegen-

deel zulk eenen advifeerende en raadgeevende invlo.d, naar onze begrippen, met vrugt kan plaa s hebben op eene wyze, dat de Advyzen of Propofitien dts Stadhouders niet, uit complaifar.ce, uit vrees of hoop van Stadhouderlyke gunst of ongunst, maar enkel en alleen uithoofde van derzelver heilzaame oogmerken, gelden moeten.

Deeze grondbeginzelen, Ed. Groot Mog. Heeren 1 koesteren wy met alle oprechtheid en welmeenendheid in onze harten; wy vermeenen dat dezelve aan die gronden, waar op de waare belangen van het lieve Vaderland moeten berusten, veilig mogen getoetst worden: Wy

onderwerpen dezelve daarom met alle gerustheid aan U Edele Groot Mogende hoogwyze beoordeeling.

En daar hoogstdezelve, gelyk wy durven vertrouwen, bereids uit het geene wy de vryheid genomen hebben voor te draagen, zullen hebben kunnen opmaaken, dat deeze Provintie zonder eene fpoedige inwendige verbeetering voor h:ar zeiven als bedorven en veriooren mag gehouden worden; zullen wy thans overgaan om te betoogen, dat eene volleedige herftelling en daarftelling onzer oorfpronkelyke Regeeringsform, in het byzonder noodzaakelyk is voor het welzyn en het behoud van het gantfche Bondgenootfchap; en wel om reedenen, welke aan U Ed. Groot Mog. doorzigt niet zullen ontglipt zyn; in die Provintien, welke met Gelderland in het zelfde ongelukkig noodlot deelden, worden reeds f maatregulen tot verbeetering van zaaken werküellig gemaakt: gelyk al meede in de voornaamfte der andere Gewesten reeds aanmerkelyke vor-

de-

Sluiten