Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dec. STAAT EN OORLOG. 1786. 79

hebberen zig alleen tot de Kamer van Amfterdam hadde geborneerd, zulks dan zoude hebben kunnen worden toegegeven.

Dat met opzigt tot de Vergadering van Zeventienen , in dewelke alle zaaken , de gemeene Compagnie betreffende, behandeld moeten worden, de eevenreedigheid , die te vooren exteerde, door de introductie van het plan niet wierd verbrooken daar eeven als te vooren 8 Leeden van de Kamer Amfterdam compareeren, — en waarom het dus ook vreemd moest voorkomen, dat de Kamer Zeeland had geweigerd, om in de thans by een zynde generaale Vergadering te verfchynen.

Dat zy Heeren Gecommitteerden al verder met de Heeren Staaten van Zeeland zouden toeftemmen, dat ook voorheen in voorfz Vergadering wierden geleezen en geëxamineerd alle de Brieven en Papieren uit Indien komende ; dog dat de uitteftrektheid derzelven oorzaak had gegeeven, dat dit werk was gedemandeerd aan een minder getal van perfooDendan dat zy niet konden begrypen, hoe de Heeren Staaten van Zeeland in goeden ernst hadden kunnen pofeeren, dat het Haagfche Befoigne, waar in dit Examen gefchiede, zeedert den jaare 1Ó50 tot heeden toe is gecompofeerd geweest; in den zehea geest en met het zelfde oogmerk, als het zaamenftel der generaale Vergadering meedebragt, — daar zy oogenbhkkelyk 'er op laaten volgen: „ naamentlyk „ door vier gecommitteerde Bewind hebberen uit de Kamer Amfterdam, — twee uit Zeeland , - en „ één uit ieder der 4 andere Kameren," en dus toonen, dat, daar de vier Kameren , eeven als tot de Vergadering van Zeventienen, ieder één Heer zenden, — de Kameren van Amfterdam en Zeeland in hunne Gedeputeerden op de helft zyn verminderd ; en waar uit dus ten duidelyklien confteert dat Bewindhebberen zelve gemeend hebben, dat die eevenreedigheid , welke de Souverain in de Vergadering van Zeventienen had geïntroduceerd, in de Befognés niet volftrekt noodzaakelyk was. Dat zy Heeren Gecommitteerden waren geïnformeerd,

Sluiten