Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jan. STAAT EN OORLOG. 3787. 233

welke tot nog toe zwarigheid hebben gevonden , om conform Ons verzoek van den 22 Augustus 1786, de Ingenieurs haarer Repartitie deeze verhoging te doen geworden.

Met even gelyk oogmerk hebben Wy al meede op deezen Staat gebragt, de vyf laast opgeregte Compagnien Artilleristen, dewelke thans nog maar alleen waren overgebleeven, van de Militie gebragt op den tweeden Extraordinaris Staat van Oorlog van den Jaare 1785, terwyl aan de eene zyde de afdanking deezer Artilleristen niet is gerefolveert, en aan den anderen kant echter de Soldyen, volgens de voorfz. Repartitie, aan hun niet behoorlyk worden betaald. En offchoon by het ptyn van Augmentatie, en de daar op gevolgde Refolutie van U Hoog Mog. van den 15 December 1784 , Dogte ook op den tweeden Extraordinaris Staat van Oorlog van den Jaare 1785, geen Majors Traétement van het vierde Battaillon Artilleristen is gebragt, hebben Wy uogtans, uit hoofde dat de geëtablisfeerde voet van 'sLands Militie meede brengt , dat by elk Battaillon een Majors-Traétement word uitgetrokken , gemeend geene zwarigheid te moeten maken, om hetzelve meede op deezen Extraordinaris Staat van Oorlog te brengen, over de Jaren 1785, 1786 en 1787.

Laatftelyk hebben Wy op deezen Extraordinaris Staat ook nog gebragt de Interesfen van een Capitaal van ƒ 1250000:010 , ingevolge en uit kragte van U Hoog Mog. authorifatie van den 11 July 1786 genegotieerdj, en zulks over een tyd van 18 Maanden, van 1 July 1786 tot ultimo December 1787. En gelyk Wy verzoeken, dat U Huog Mog. deezen Extraordinaris Staat aan de relpeétive Bondgenooten gelieven toe te zenden , mee eene gepaste exhortatie tot de reguliere voldoening van alle de posten daar op gerepar-

? 5 tit

Sluiten