Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

334 feb, ZAAKEN VAN 178?.

Een zaak, Edele Groot Mogende Heeren! die ingevolge de fuftenue van de Ondergeteekendens nu een üiterfte fchending van de Hooge Overheid oplevert.

Ja zo ver, dat O Edele Groot Mogende, als de oudtte des Volks , en Vaderen des Vaderlands, op deszelfs Stoelen van eere in deszelfs aangezigt gefchonden worden.

INadien het niet te pas komt, om zig op een Stedelyk Reglement, hangende de deliberatien van Hun Edele Groot Mogende gemaakt , te beroepen, vermits de Pretenfe Magiftraat en Geconftitueerdens alles ter decifie van U Edele Groot Mog. hebben over• gelaaten , en na de uitkomst van dien gehoorzaam hadden moeten wagten.

Te meer.

Daar zy, zo het Privilegie al kon werken (des neen) daaden doen , die in 't geheel met dat Privilegie niet overeenkomen.

Des is het verzoek van de Ondergeteekendens, dat U Edele Groot Mog. na het Wys Doorzigtig Oordeel van U Edele Groot Mogende , dog een fpoedige ers efficacieufe voorziening gelieven te doen, Stad en ftille Ingezeetenen in de Protectie van U Edele Groot Mog. te neemen ; en de Pretenfe Magiftraat, met de Geconftitueerdens eer zy nog al verder gaan, een brydel in den mond te lpsgen.

Waarop de Ondergetekendens, na U Ed. Groot Mogende, in de Befcherming des Ah lerhoogften te hebben aanbevoolen, zig met alle Onderdanigheid te noemen, Edele Groot Mogende Heeren! (Onder ftond,.; U Ed Gr. Mog. Onderdanige Dienaaren, Heusden (Was get.J . den 3 Feb, 1787, A. van Baak. A Raadws. (Lager ftond,) De Schepen N<>i.et doorinüispolitie van zyn Broeder, abf.

hoog

Sluiten