Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

d e

BELEMMERINGEN,

TREURGEZANG,

DOOR

JOSUA van IPEREN.

Waar ikmy keer, helaas.' waar ik myne oogen wende,

'T is alles nare ellende: Vernuft en Kunst, ja r^elf de fchoone Poëfy,

'T raakt alles in de ly. De Vryhoid bukt en kruipt voor duidendaartstyrannen:

Het Recht wordt uitgebannen : Men Jleept de Deugd, geboeid aan de edle TVetenfchap,

En rweept haar, flap by flap. Die twee Gezusters, zoo verknocht in haar belangen,

Gaan met bekreeten wangen: Zy gaan, beangfligd, en in aJclig rouwgewaad, Belaên met hoon en fmaad. , Wat deert u, Schoone P 'k ben ontvet door uwe traanen,

Ik 7je die oogen taanen, Die heldre ronnen, roo vol vuurs 3 too fterk van licht,

In V goddlyk aangedicht! Wat deert u , Schoone f wat? wie tou benaauwde klagtenVan u, Volmaakte, wachten?

k Van

Sluiten