Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pag. 229 BESCHRYVINGE

van eene

BLANKE NEGERIN

uit de

PAPOESCHE EILANDEN,

door

J: van IPEREN.

Deze Meid , welke nog , op zyn best , zoo het my toefchynt , vyftien of zestien jaar oud zal weezen, werd, voor eene zonderlinge zeldzaamheid van Ternate, aan den Heer R a d e r. m a c 11 e r. , en dus ter befpiegelinge voor het Genootfchap , in de maand September des voorleden jaars, ten gefchenke gezonden: en men brengt die in den thuin, van de Ed: Compagnie, welke ik thans bewoone, en daar ik nu en dan eenige Natuurlyke Zeldzaamheden ontvange en overweege van wegens ons Genootfchap. Maar zy was zoo fchurft en bezet met P 3 ee-

Sluiten