Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christelyke Openbaaringe, enz, 97

Dat een volk, in alle vryheid, vreede, en veiligheid , onder zynen wynfiok, en vygeboom, nederzitte ; zonder door eenig geweld , van buiten, of beroeringe, vanbinnen, verontrust, of gejloord , te worden,

Hoe kan 'er, op aarde, grooter voorrecht, voor eenig volk, worden begreepen? dan dit voorrecht; en waar kan dit voorrecht veiliger, of zekerder, worden genooten, dan in, of op, ■den weg van de Christelyke Openbaaringe?

% 84.

Onder alle de voorrechten, die den toeftand van een volk gelukkig konnen maaken; is de vryheid, de vreede, en de veiligheid, buiten alle tegenfpraak, een van de voornaamfte ; en dit zal een ieder toeflaan, die maar weet, wac voorrechten zyn.

Wat is de vryheid eene allergewenschte zaak? wie kan dit geluk, naar deszelfs waarde, befchryven? hoe kan 'er, voor een volk, grooter voorrecht begreepen worden? Dan, het vermoogen te hebben, om met hunne perfonen, en goederen, te konnen doen, watze willen ; zonder van iets, of iemand, aftehangen, dan alleen van de wet, en van niemand, wie hy ook zy; te konnen worden genoodzaakt, iets te moeten doen, dat daar tegen aanloopt.

Want dit is het zaakelyk denkbeeld van de waare vryheid ; als zynde geleegen in eene algemeene verplichtinge, om te moogen, en te moeten leeven, naar de wetten.

O Ea

Sluiten