Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christelyke Openbaaringe, enz. 209

dere beminnelyke deugden ; vermits die ons overtuigen, dat God geen lust heeft in den dood des zondaars, maar in zyn leven.

Was dit zoo niet; waarom zou God den zondaar fpaaren, draagen, weldoen, en zege' nen? want, had deeze langmoedigheid, en verdraamzaamheid van God , geene -genaderyke uitzichten; hyzou, het zy met de allerdiepfle eerbied gezegd! den mensch behandelen, gelyk wy het flachtvee doen; terwyl het loutere ongerymdheid is, dit te denken van het aanbiddelyk Opperweezen.

En dat ook de Heidenen, fchoon alleen geleid door het flaauwe fchemerlicht der reden, uit kracht, en op grond van beredeneerde, waarlyk eenige. hoop, of uitzicht hebben gehad op Gods genade, en barmhartigheid ; kan men afneemen, uit alle die onderfcheidene verzoenigsmiddelen , welke zy telkens bedagten, om de vergramde Goden te bevreedigen.

$. 166.

' Maar, dat de zondaar deeze welverdiende ftraffe waarlyk ontgaan zou, en hoe dit, op eene Godebetaamelyke wyze, kon gefchieden; wist de natuurlyke Godsdienst nietv, en kon het ook niet weeten ! omdat dit, tot deszelfs natuur, en oogmerk, niet behoorde.

Hier van daan die wonderlyke, en, oneindig van elkander verfchillende, middelen, door de Heidenen bedagt, om de Godheid te bevreedigen. Ja hier van daan alle die wasfchingen, reinigingen , en bloedplengingen ; zoo van O men-

Sluiten