Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christelyke Openbaaringe, enz. 259

lyk haat , van ganfcher harte , van ganfcher ziele, en met alle krachten, hooglyk te beminnen; en dat te doen blyken, in eene volvaardige betragtinge van alle die plichten, welke hy aan God, aan zichzelven, aan den naasten, en andere fchepfelen, naar den wil van God, fchuldig is.

Deeze verplichting duldt geene uitzondering! maar moet volkoomen zyn. Het moet alles gefchieden, overeenkomftig de natuur van God ; en dus geheel volmaakt. Deeze volmaaktheid moet algemeen , en volftandig, zyn; zoo, ten aanzien van de plichten zelve ; als, ten aanzien van de gronden der verplichtinge. Hier moet niets aan haaperen; of God, als een volftrekt heilig , en rechtvaardig Opperweezen, moet 'er zyn hoogst ongenoegen over, en afkeer van, doen blyken, En dit moet gefchieden , uit kracht van zyne hoogfte volmaaktheid; Zoo dat hy, zonder zichzelven te verloochenen, dit niet kan naalaaten.

Dit leert de natuurlyke Godsdienst in der waarheid; gelyk ik boven reeds beredeneerd heb. Dit maake ik op, zoo wel uit de gronden van den natuurlyken Godsdienst ; als uit de leere van de Christelyke Openbaaringe. Dit laatfte doe ik , uit hoofde van het verband, dat 'er is, tusfchen de natuurlyke, en tusfchen de Geopenbaarde, Religie; voor zoo ver de laatfte de eerfte opheldert, en licht byzet. Endat de natuurlyke Godsdienst dit alles, in der waarheid , leere ; blykt my , uit den inhoud van de Wet der Zeden , die eene opheldering , of verklaaring van de Wet der natuur is, R 2 g. 201,

Sluiten