Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 9o )

fenius te doen was. Terwyl Myn Hr. J. O zig in den zin van Janfenius verward,'laaten wy eensjes zien of wy den zin van zyne redeneering zullen kunnen ontwarren.

De eene party beweerde ronduit dat de eigen en natuurïyke zin der Stellingen Catholyk was. Zy beweerden dan niet, dat zy Calvinilch was , nog dat de dwaalingen van Calvin , Catholyk waren. In wat eigen en natuurlyken zin beweerden dan die Luiden de V. Stellingen? Ik verftaa 'er niets van. De andere party beweerde, dat den zin der V. Stellingen Calvinifch was. Dat is ze egter volgens Myn Hr. niet; ten minften moeten wy dat van hein denken, want hy zegt dat men de V Stellingen niet moet doemen in den zin van Calvin, nog enig ander. En, alhoewel zy dien Calviniffchen zin veroordeelden, kon het meanders zyn, of zy moeiten ook al verdagt blyven. Waarvan moeften zy dan verdagt zyn? Van de dwaalinge welken Myn Hr in de Stellingen vind, en welken zy niet kenden ? Droomt hy of redeneerd hy ? Egter wilt hy al droomende reden 'er van geven, die al zoo pitoyabel is; want, zegt hy, wie kan de eerfte (party) vry fpreken van agterdogt, terwyl zy den zelfden zin bleven verdeedigen daar wettige Regters verklaard hadden, dat de dwaaling in beftaat ? Wondere orakels!

Welke waren die wettige Regters'in het meervoudige getal? Waren het de Jefuiten? Welk is die zin, daar de dwaaling in beftaat ? Het is de zin van de eerfte party niet, want die beweerden volgens den Hr. J C dat de eerfte voorkomende zin Catholyk was. Het is ook die van de andere partye niet: want deze , volgens

Sluiten