Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 99 )

feit van Janfenius j komt het op eenen fchrik^ baaren Eed aan, het welk Myn Hr. telkens vergeet. Het geen Myn Hr. zegt Van het rj.rukk.en, leezen en van het voordragen van Het Boek van Janfenius in de Schooien en 00 cle'Preekftoelen, is niet waardig te bemerken. Maar met het laatfte mogen wy wel lachen, namelyk het voordragen van een groot Latyhfch-Boek Op de Preekjloelen Dat maakt i indagtig dat zommigen m Vrankryk als zv Order kregen om de Bulle Unigenitus af te kundigen, dezelfde in het Latyn af kundigden, aan toehoorders, die geen Latyn verftonden. Zy wilden door die vond aan den Koning gehoorzaamen, en te gelyk hunne toehoorders niet onftigten.

Maar waartoe dienen tog eenen heelenhoop zulke arme dingen, daar geenzins de gewaande verdagtheid uit volgt, welke Myn Hi. zeil 200 dikmaals over hoop werpt als hy zig is om ze op te regten , en die niets dienen tot regtmatiginge van het Formulier.

Hoe verder men in zyn elendig Schrift voortgaat, hoe meer men zyne onregtzinmgheid en kunftenaryen gewaar word , _ en ziet * dat het eene byftere verwarde huspot is. Want wat lager op bladz 28. zegt hy: dat Janfenius Ioit den zin van Calvin Geleerd heeft. Allen die dan gememd hebben, dat de natuurïyke zin der Stellingen die van Calvin is, hebben dan gelyk gehad, dat Janfenius die Stelling' u in den zm van Calvin noit Geleerd heeft. Zy hadden dan ook gelyk, als zy zyn Bo.k yrvfpraken, en. niet aanpryzinge lieten leezen. Zv konden dan ook niet verdagt zyn. En egter 'yra^hy: Maar konden^

Sluiten