Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 252 )

ïi Het is geöorlofd te fleelen, niet alleen in „ de uiterfte noodzaakelykheid, maar ook in „ eene merkelyke.

» Men is niet gehouden het gene by deel„ tjes geftolen is, op doodzonde te vergoe„ den, alhoewel de hoofdfomme groot zou „ zyn.

„ De Regters mogen gefchenken ontvangen „ van die in proces zyn, en zy zyn niet ge„ houden tot vergoedinge van het gene zy „ ontvangen hebben, al hebben zy eene on„ regtvaardige uitfpraake gegeven."

Wegens de ge/lelteniffen en de ontbindinge

der Penitenten, rakende de naafte gelegendheid van te zondigen.

„ Het is waarfchynlyk, dat de natuurïyke „ droefheid over de gepleegde zonden genoeg „ is, als zy maar eerlyk is.

„ De droefheid der zonde, uit vreze der „ Helle, zonder eenige Liefde Gods, is ge„ noeg, al was die zonder eenig opzigte dat „ men God vergramd heeft; want deze droef„ heid is eerlyk en bovennatuurlyk.

„ Men mag zomtyds de Abfolutie geven aan „ den genen die in de naafte gelegendheid „ van te zondigen leefd, welken hy kan, en „ niet wilt verlaaten, ja, die ze ook regelregt „ en met opzet zoekt, of 'er zig inwikkeld.

„ Het

Alba genaamt, dus van hen onderregt zynde, ftal eenige tinnen borden van de Jefuiten zelve. Hy wierd, niette, genftaande deze Leere zyner Meefters, veroordeeld oirï gegeezeld te worden, niet op de gewoone plaatze, maar voor de deure van het Collegie der Jefuiten te Parys, in 't jaar 1646. Zie de Xlde Brief van Montaltius.

Sluiten