Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«TERREN-VOORZEGKUNDE. 24I

Waerelden, die op onze wegzinkende Kleinheid, geen de minde betrekking fchynen te moeten toegekend worden, zyner gedenkt; Hem niet flechts befchenkende met eenig flikkerlicht, in de duisternis van den Natuurlyken Nacht, maar met fakkels van den hoogen Hemeltrans, om ons als Voorteekenen, op het donkere pad van het Toekomende toetelichten! Nog eens, Wat is den Mensch, dat Gy zyner gedenkt.' En dat het Uwe Oneindige Wysheid en Goedheid behaagd hebbe, de zoo onmeetelyk ver van onze Geringheid verwyderde Hemellichten, dienstbaar te maken, niet alleen, om hen die den Oceaan bebouwen, te geleiden, op hunnen anders ontoeganglyken weg: Maar om eenen iegelyken, op de woelige en onftuimige Zee van dit leven, tot ba kenen, en in de Woestyn van 's Waereldswisfelvalligheden, tot gidzen te verftrekken!

S 318.

Gewisfelyk kan niemand zoodanig omtrent de Astrtlögie verkeeren, die eenigen twyffel aangaande de wezenlykheid dier Wetenfchap voed; En misfehien zouden zy, die dezelve voor iets ongeoorloofds houden, zich over dezen uitflap kunnen ergeren: Maar denzulken dient nogmaals gezegd, dat wy alhier gefproken hebben, van iemand, die meent van de waarheid dezer Wetenfchap overtuigd te zyn: En wy deden dit met oogmerk, om te doen zien, hoe de Astrologie, in dat geval, even zoo gefchikt zoude zyn, als eenige andere Wetenfchap, om ftichtelyke gedachten optewekken.

Q Zoo

Sluiten