Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEDEVOERING.

23

De Natuuronderzoeker toetst, in de eerfte plaats , de algemeens eigenfchappen der Ligchaamen. De uitgebreidheid, en derzelver verfchiilende .afmeetingen , waarvan de gedaante afhangt, en die hem opleiden om den inhoud der Ligchaamen meetkundig te bereekenen; de logheid, die aan werkende krachten wederftand biedt, en, zoo zij niet overwonnen wordt, dezelve kan vernietigen; de beweegbaarheid, evenredig aan het logheid overwinnend vermogen; de deelbaarheid, waar door een Ligchaam niet in hoeveelheid verliest, maar m oppervlakte aanwint; de vormbaarheid , waar door het, onder andere omftandigheeden, eene andere gedaante kan aanneemen; de doordringbaarheid, die van het ijler weeffel en famenvoeging der eerfte beftanddeelen afhangt; en de zwaarte , die haaren grond in aantrekking en overwonnen tegenftand fchijnt te hebben, en waardoor een beweeglijker ligchaam door een minder beweeglijk wordt uit den weggeftooten: deze zijn zo veele algemeene hoedanigheeden der Ligchaamen, welker kennis den grond leggen moet tot verdere nafpooringen.

Niet minder zijn het de bijzondere eigenfchappen , die wij voornaamlijk door verge, B 4 h'i'

Sluiten