Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

79 "

langs eenen veiligen en zekeren weg tot ons oogmerk worden geleid.

Onzinnigheid (dementie) houdt men in het algemeen voor dien ftaat van den mensch, waarin de reden en zielsvermogens zwak zijn, en zich beledigd vinden. Verfchillend zijn de zoorten, doch gewoonlijk telt men daarvan op, infania, mania, melancholici, en furor (*).

Van deze onderfcheidene zoorten intusfchen komt in het recht niets voor, alleen wordt er in eene wet (f) van morborum animi, van ziekten van het gemoed, gefproken j doch dit neemt niet weg, dat er verfchillende graaden van zinneloosheid zijn, welke naa rechten verfcheidenlijk moeten beoordeeld worden.

Men telt gemeenlijk drie graaden, waarvan de eerfte graadje zulken behelst, die niet volkomen van hun verftand beroofd zijn, maar die fiupidi en dom zijn. (§) In den tweeden behooren de geenen, welke wel reden gebruiken, maar wier vermogens verzwakt zijn, geen geheugen hebben, en daarom in niets kunnen onder-

(*) Zie Zacchias Ouast. Med. Leg. Lib. 2, fff. ji. qu*ft. 3. n. 2.

Cf) In de L. r. §. 9. Dig. de oediL «d.

C§) Zie Cfarfzuv. Pra®, Crjm. P. 1. £. 145. n. 5.

Sluiten