Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch ! aan wien is de Republiek het wedergekomen haarer verloren buitenlandfche bezittingen en het bedingen van redelyke vreedes voorwaarden verfchuldigd ? Is het aan haare macht en 't geweld haarer wapenen ? Onzes bedunkens geenfints. Zy was by d'aanvang des Oorlogs, immers na genoeg, weerloos ter zee, zy heeft zich niet dan met veel moeite en langzaam Vlooten kunnen aaefchaffen, en van de geenen > dewelken dienftvaardig waren, geen vrugt aanbrengend en kragtig gebruik kunnen maken.

Is het aan dc edelmoedigheid en reklykheid van Engeland ? Ook niet! Want het zelve heeft fteeds aangedrongen op den afftand van 't een of ander gewichtig Comptoir in de Oost-Indien, en ongetwyffeld met het verre vooruitziende voornemen, om aldaar eenmaal eenen eigendom midden onder die van den Staat verkregen hebbende, by d'eerfte bekwaame gelegenheid onze reeds wankelbaare of dalende O' I. Compagnie geheel te ruwineeren , of door geweld van wapenen alles machtig te worden. Het zou ook waarlyk d'eerfte maal zyn , dat Engeland edelmoedig jegens de Republiek was, hebbende ten allen tyden deszeifs handelwyzen betoond, dat het meer op zyn eigen belangen dan op die van ons Gemeenebest bedagt was

Doch veclllgt zal men zeggen, (gelyk ook fommigen zich al reede van dat argument pogen

Sluiten