Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 202 )

zegt wie zorg droeg , dat de wetten nagekomen wierden , waar aan hy zich moeit houden ; dat wy wel is waar weten , hoe de Priefters een groot gezag hadden , doch dat wy onkundig zyn of dat gezag wetgevend dan enig weerftandbiedend was : kort om, dat alles duifternis is , zelfs 't geen D'todorus 'er ons van verhaald. Dit alles ftem ik toe , en ftrekt juist tot myn voordeel. Verwagt niet, is myn antwoord , dat ik u de regeering van Egypte volledig en nauwkeurigjt wil doen kennen ; maar daar veele omftandigneden ons onbekend zyn , laten wy te vreden zyn , met het geen wy 'er van weten. Zorgen wy met Solon, dat zo hunne wetten al niet de beftmooglyke waren , die ten minften de befte voor hen waren ; alzo zy zul!< enen goeden uitflag gehad hebben , dat ondanks het weinige 't welk wy 'er van weeten , wy 'er uitmuntende zaken in Vinden ; en dat de langen duur dier Monarchie , de overvloed die in dezelve heerschte , de loftuitingen van alle natiën , een gunftigft vooroordeel voor dezelve inboezemd. In tegendeel , wanneer wy ons nog wenden naar de Affyriers, Ly* diers, en Meden , vinden wy overal het volftrekte despotismus , gepaard met luft tot conqueften en zucht naar geld.

Ninus de eerfte van wien de gefebiedenis fpreekt , word in dezelve niet vermeld dan

om

Sluiten