Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 213 )

feld zal men bevinden en duidelylc overtuigd worden , dat de Oorlog en *t bygeloof, altoos de grootfte hinderpalen van 't geluk der Volken geweest zyn,

Uit het' gene ik tot dusverre gezegd heb vloeit voord , dat, indien 'er eene Natie beftond , die, zonder arm te zyn , geen zuiver inkomen aan den Staat opleverde. dezelve nngetwyfFeld de gelukkigfte van allen zoude zyn ; alzo aldaar ieder al zyn tyd , tot zyn eigen welzyn' zou kunnen hefteden. Maar zal men mooglyk zeggen , hoe zou zo eene Natie gelukkig kunnen zyn , indien zy al haren tyd of het grootfte gedeelte . derzelve aan den arbeid gaf. Hier op dient in antwoord, dat 'er foorten van arbeid zyn, die ons geluk wel deeglyk doen vermeerderen. By voorbeeld , indien de menfehen naakt gingen , en in de open lugt Diepen , zouden zy zeer gelukkig zyn, met een gedeelte van hunnen tyd te hefteden , aan bet timmeren van huizen en het maken van kleederen , of wil men het anders uitdrukken , het zou een geluk voor de ftledermaker zyn , dat 'er Metzelaars, en voor dezen wederom dat 'er Kledermakers waren. Insgelyks , zy die alleen van brood en water leefden, zouden verheugd zyn, wat meerder te kunnen werken, ten einde vieesch te kunnen eeten en wyn te drinken.

De-

Sluiten