Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 263 )

Horen wy de jammerklachten dier brave fok daten , aan hunne medeburgeren de tekenen der geesfelflagen en ketenen vertonende, en onder de flaven der Groten vermengd, omdat zy de wapenen niet konden betalen, waar mede zy den vyand om 't leven bragten ; nog het brood dat zy op den dag van den ftryd aten... De deuren gaan open, de Raadsheren komen te vóorfchyn , "hun woest gelaat duid hun voornemen aan , terwyl zy eene wrede blydfc'nap ten toon Ipreider}. Wat gaan zy 't volk aankondigen ? De verligting van deszelfs rampen , de rust en de overJoed ? . . . Geenfints, maar een vyand of heimelyk op^eftookt, of zyn voordeel met de verdeeldheden willende doen , komt met groote fchred^n optrekken, en wel draa zal men hem voor de poorten zien. Reeds word de jonge rnanfchap opgefthrel ven, en morgen ftaat men tegen den vyani op te trekken. Mooglyk zal men ten koste van het bloed of leven van drieduizend burgers , de eer behalen van hem te verdaan • en mooglyk koomt hy moord en brand brengen tot op het Capitolium. Doch wat doet dit 'er toe , als voor deze keer de Lex agraria maar niet afgekondigd word. Op die W5?ze is het, dat de zucht tot roem de Romeinen, bezielde , en dat zyde gebeele waereid gaan veroveren. Thuis komende zyn zy eenter even arm, en gedwongen den Raad om brood (T 3) te

Sluiten