Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C52 )

een mensch in de geheele waereld, die zoo volmaakt gelukkig is, dat hij niets meer wenfchen

kan? Volmaakt, dat is zoo veel gezegd, en

ik heb wel hooren zeggen, dat 'er in de geheele waereld niets is, of'er kan altijd iets beter zijn. Dat is ook zoo: men noemt wel iets in zijn foort volmaakt; doch die bepaaling zelve toont, dat 'er nog iets volmaakter mogelijk is. Maar, zo 'er dan in de geheele waereld niets zoo volmaakt gevonden wordt, of men kan nog altijd iets volmaakter uitdenken, hoe komen wij dan aan een denkbeeld van iets, dat zoo volmaakt is, dat 'er niets volmaakter bedacht kan worden ? Bij voorbeeld: van die volmaaktheid, waarin alle volmaaktheden, die 'er mogelijk zijn, op de volmaaktftewijze zijn opgefloten?datweet ik niet, zegt gij I gij weet echter wel, dat 'er zoo iets wcezenmoet? mij dunkt van ja! is nu die volmaaktheid uit zich zelve, of van een ander voordgekomen? zij moet zeker uit zich zelve zijn, anders kon ze het allervolmaaktfte niet weezen : want een ieder begrijpt wel, dat het volmaakter is, nit zich zelve te zijn, dan dit van een ander ontvangen te hebben! 'Er is dan eene eeuwige volmaaktheid ; dit immers, dat uit zich zelve is zonder begin, is zeker eeuwig? ja, en anders kon

'er niets zijn, dat allervolmaaktst is. Nu zoo

zeker als wij een denkbeeld hebben van volmaakt en onvolmaakt, zoo zeker is het ook, dat 'er zulk eene volmaaktheid is: dewijl wij alles wat, ia hun foort, hier het naaste bijkomt, volmaakt, en, wat 'er van afwijkt, onvolmaakt of gebrekkig noemen.

Ja, nu durf ik wel zeggen, dat 'er iets moet weezen, dat uit zich zelve volmaakt, of eene eeu-

Sluiten