Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 82 )

pccrten der menfchen nooit zoo vervullen, of 'er zal nog altijd iets zijn, dat zij meerder, of anders wcnfcfie'n ; maar nu wij God kennen , als; een wezen, waarin alle volmaaktheid haar begin heeft, en zonder welke wij niets goeds, bekomen kunnen, zien we overtuigend , dat God een wezen is, het welke wij, als ons opperde goed en laatfte einde boven alles moeten zoeken te beminnen,

Ja , zegt gij allen, wij kennen God Uit dit en al het voorige, ten minden in zoo verre nu. dat wc over de weinige aandacht, die wij te voren hier omtrend gehad hebben ,ons nu beklaagen, en in hoope op Gods' geriadigen bijftand , vastftel]en , onze verzuimenisfen te verbeteren ; op dac de kennisfc Gods In ons volmaakter worde , en God ons hier door altoos zij , ons opperde goed en laaide einde! <•*■

ê Gelukkigen ! hoort gij tans dedc demme des Heeren? fpreekt God zelf in uw binnende door

zijne genade?' luistert dan met eerbied en

maakt een goed gebruik van dit gelukkig oogenblik dankt nederig uwen God, en fmeekt

hem vuurig dat hij , die ru het willen in u werkt , u peftendig hec volbrengen vinden doet! vernedert u cn zegt:

GEBED.

„ Aanbiddelijk Opperwezen! s—- ik danks u , voor alles wac ik van uwe goedheid hebbe , voor de 1 erimsle van uw beftaan , 3J éh uwe volmaaktheden! ö greetc God,1

Sluiten