Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(23)

„ hoe rampzalig zijn de menfchen, die U niet willen kermen! —— maar hoe Weinig zaï „ o* orts die kennisfe baarcn , ja hoe ver„ fchrikkelijk zelfs zal 'c gevolg van dezemjn, zo wij, die ci kentten, u niet beminnen , wij kennen u, en u alleen zij de eer hier s voor, als een noodzaakelijk en allervolmaaktst S' Wezen —— wij zijn overtuigd, dat 'er niets 'j goeds is , zonder u , en alle volmaakt he-

' den in u alleen te vinden zijn ! 1— wij

„ belijden dtrs ook gewillig, dat gij almagtig, alwijs, alweetend, albeftuurend , oneindig , goed en barmhartig zijt l wij

„ aanbidden u, als een rechtvaerdig Wezen ; ,, en zien op u, met eerbied, als een vergelder van het goed, en een ftraffer van „ het kwaad i als een Heer, dien wij vreezen , en een weldoener , dien wij beminnen moe„ ten: als een in alles heilig wezen, dat ge„ nadelijk van ons geëerd en gediend wil zijn-, „ en erkennen u hierom ook, als onzen opperften wetgeever! — wij beftuiten uit dit al' les, Heere! dar. gij alleen ons opperfte „ goed en laatfte einde zijt! — mogten wij ,, nu maar bekwaam zijn, om voordaan niets „ buiten u te willen ; maar'ach zonder u, is „ dit ons onmooglijk! U dan, ó bi'on, en eeni„ ge oorfprong van. alle heiligheid! zij eeu„ wig alle eere, alle lof en dank, voor al„ les , wat wij uit onverdiende genade ooit van u ontvangen he'bben ; ja Heere! wij „ danken u nu bijzonderlijk, voor de kennis„ fe van alle die zaaken, waar door gij nu „ zoo genaderijk ons opwekt, om van nu af, „ en altijd tot grootmaaking van uwen heiligen „ naam te leeven l doch vergun ons ook, dat F 5

Sluiten