Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c m)

en dat Hij de waereld alzo lief heeft gehadi, dat Hij zijnen eeniggcboren Zoon gegeeven heeft, op dat een iegelijk, die in hem gelooft, niet verderye, maar het eeuwige leven hebbe {_*) dat is te zeggen, dat God, naar zijne onbegrijpelijke liefde, van zijne zijde, de fcheuring in de vrindfchap met Hem, door 's menfchen ongehoorzaamheid veroorzaakt, genadig wil hei-Hellen, door de tusfchenkomst eenes Middelaars, -van geene mindere waardigheid , dan zijn eeniggebooren Zoon, die, als de groote verlosfer van het menschdom, éénmaal op aarde in menfchelijke gedaante verfcheenen is, om in zijn gansch onfchuldigen perlbon alles te doen en te lijden, wat 'er, als offerande of rantsfoen, door de menfchelijke natuur, moest gedaan of geleeden worden, tot genoegdoening en herfteiling der beledigingen, de Majesteit van God aangedaan; en om tevens de menfchen den weg aan te wvzen, langs welken de vrindfchap met God heiïtcld,en voor het vervolg wezenlvk en duurzaam gemaakt konde Worden, ó * Volmaakte liefde van het allerhoogst volmaakt Wezen ! Hoe zeer gaat Gij de kennisfe te boven van menfchen, die zomtijds om geringe beledigingen Hun door derzelver medemenfehen aangedaan , niet alleen de vrindfchap daarom breeken, maar zelfs wenfchen, en daadelijk, wanneer het in hun vermogen is, de geleeden ongelykett ten duurften betaald zetten! Geheel anders handelt de God der Goden, de Heer der Heeren, de Vader van engelen en menfchen: geen pand in

C|) Jo.in. III vs. i6.

Q a

Sluiten