Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 27+ )

nen worden. Hij bevlijtigt zich niet alleen, 0*3 aan anderen te doen, het geen hem letterlijk door de wet der regtvaardigheid bevolen wordt, maar wel voornaamlijk, om dan gewillig te dienen en te helpen, wanneer een ander geen duidelijk bepaald recht op zijn dienstbewijs en hulp heeft. Hij wenscht en verlangt niet enkel het best van anderen, maar is ook genegen het ten koste van zich zeiven te bevorderen. Hij wagt dus nimmer, tot men hemfmeektom goed te doen; neen liever wil hij ieder gelegenheid, die 'er zich toe opdoet, gretig aangrijpen, ja zelfs opfpooren. Want terwijl hij het geluk der menschlijke maatfchappij opregtelijk begeert, zo treft hem ook de ellende zijner medemenfchen en verwekt in hem de hulprijke aandoening van medelijden, die hem bereidwillig maakt, om te redden, als het in zijn vermogen is, en alzo de ellenden van anderen door troost en hulp te verzagten, ook daar, waar men zich deze rampen zelf heeft op den hals gehaald: even gelijk zijnen hemelfchen Vrind goed is aan allen, en zijn zon laat op en onder gaan over boozen, zo wel als over goeden.

Opdat echter zijne algemeene goedhartigheid en dienstvaardigheid niet uitfpoong worde, en zelfs in zwakheid ontaarde, beperkt en beftuurt hij dezelve, zo veel in zijn vermogen is, door wijsheid en voorzigtigheid. Hij begrijpt, dat hij niet aan alle menfchen op dezelfde wijze weldadigheid kan oefenen, maar dat zijne verpligtingen ten dezen aanzien, door de verfchil» lende graaden zijner betrekkingen tot, en der bijzondere behoeften, omftandigheden en verdiensten van anderen worden bepaald, zo dat hij moet zorg dragen om niet bij toeval, —-

Sluiten