Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 353 )

S- 9-

Wij kunnen en moeten op zijn tijd, belooningen en ftraffen bij onze redenen voegen, en dit is een negende middel.

Bclootiingen kunnen veel helpen, gelijk de beloften van een ftukjen koek of wat moois, hen 0 verhaalen kan tot iets, waar toe zij anders, haast door geene flagen waren over te haaien.

Maar als wij wat veel met belooningen of

beloften bij hen komen dan verliezen die

door de gewoonte heur kracht en het

kind gehoorzaamt niet, zoo het geene hoop op eenig loon gevoelt

Daarom is mijn grondregel nooit overbodig te prijzen of te beloonen , 't en zij men zie , dat, als men dit naalaat, de moed bij den kinderen uitgebluscht wordt, of dat een belooningjen hen krachtig zou opwekken; enkele gevailen, waarin zij iet buiten gemeen goeds doen, zondere ik uit; maar dan moet de belooning ook voorkomen als een bewijs, dat wij zo buitengemeen over hen voldaan zijn, dat wij niet kunnen naalaten, hier door onze blijfchap en liefde te toonen.

Maar ftrajfen zijn ook noodzaaklijk; want hoe menigmaal heeft de wijze Salomon , in zijne fpreuken daar op aangedrongen?

Doch wanneer, en hoe zijn de ftraffen in het werk te ftellen?

Dan moet gij ftraffen, als uw kind of door • een opzettelijken moedwil, of door eene anders onverwinbaare onagtzaamheid, toont dat redenen niet baaten kunnen; zegt hem dan: ik zie wel, gij wilt niet deugen op mijne woorden, gij moet zeker gelooven, dat ik die woorden

Sluiten