Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 278 3

wonderen is, dat uw gif ook op uwe waanwijze en onkundige Leerlingen is overgegaan. Hoe veelen ziet men, die tot hun veertiende Jaar de fchool bijwoonen , tot welkers bekostiging de Ouders zig menigwerf moeten bekrimpen, en die, bij derzelver verlaating, flegt fchrijven, de twee eerfte regels der Rekenkunde nauwlijks kennen, en geen de minfte gronden van Godsdienftige waarheeden geleerd hebben. En zoudt gij u dan nog kunnen verbeelden geen verbetering noodig te hebben? De betrekking, waar in gij zijt, is van het uiterfte gewigt. Dit erkennen alle braaven, en wilt gij aan hunne verwagting en uwe beftemming voldoen, ontziet dan geene moeite, om uwe lesfen na de regelen der wijsheid, en het gezond verftand, in te rigten. Leest de gefchriften der Maatfehappij, en gij zult in uwen arbeid lust, en op uwe poogiugen voldoening fmaaken.

3. Ongunjlig vooroordeel tegen alles wat nieuw is, is ook hij veelen uwer te vinden, en niets is meer gefchikt om alle goede onder-neemingen te ftremmen, hadden dus alle menfchen gedagt, in welk een nevel van onkunde zouden wij dan nog leeven ? Verftandige menfchen behoren niets te verwerpen, zonder

onderzoek en wel beraaden oordeel. ■

Men moet wikken en weegen, en daar naa kan men eerst bellisfen. Zoudt gij, mijne Heeren, uwe poogingen op een los gerugt gaarne veroordeeld zien? en kunt ge een ongunstig vooroordeel tegen onze Maatfehappij opvatten , alleen om dat zij nieuw is ? Is de volgende uitfpraak gegrond? alle oude dingen

zijn

Sluiten