Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8o Malchus oor afgehouwen}

XIV. ,, wil jefus zeggen, is het de tijd niet om hen . t«Hu* " te ftulten>wacht het einde af,laat hen voort- ■ „ gaan, als het de rechte tijd is, dan zal de „ hemel, dan zullen de lleenrotzen wel voor ■ „ mij fpreeken; zulke hulp, als gij mij wilt be- ] „ wijzen, behoeve ik niet."

Billijk wilde Jefus op die wijze niet verdedigd worden, eene geweldige, ftrafbaare, on- ■ i befuisde verdediging zoude alleen zijne on-]) fchuldige zaak nadeel doen , daar bij zag Hij II volkomen de fchriften in, en wist alles, wat:'! over Hem komen zoude, door het diep inzien ij dat Hij daar in had, gaf Hij zich gewillig in h zijner vijanden handen over, dat deze over | Hem volbragten, het gene Gods hand en raad 1: te vooren bepaald had, dat gefchieden zoude (*).. i

Daarom beveelt Hij ook verder het zwaard!; op te fteeken, keer dat, zegt Hij aan Petrus, in | zijne plaatfe. Steek het in de fchede.'

Want: •

i

(*) Sommige meenen, dat dit tot de vijanden gezegd | ( zij: laat af, namelijk doet mijne leerlingen, om dat zij zich te weere Hellen, geen leed. verg. Rambach over'! 't lijden, bladz. 127, 128. de Dieu ad. h. 1. en Els- i k e r Obf. f. ad h. 1. doch 't komt mij met anderen veel l a meer gegrond voor, dat dit tot Petrus en de andere leer- I lingen is gezegd geworden, verg. Tqulaer oyer Luk, L III. D. bladz, 527.

Sluiten