Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

136 Christus door den

xvii. bragt,op bevel van Annas, des Hoogepriesters £^ fchoonvader; Cajafas, die geraden had, dat

het

fpreekt: doch dit is Iigtlijk te befeffen, dat hij die bijzonderheid breeder uitbreidt, maar zeer onvermoedelijk is "t, dat zo die ondervraaging vooraf door Annas was gefchied, , zulks door de andere euangelisten geheel niet gemeld zoude zijn.

Daarbij, 2. Johannes heeft ons geleerd vers 13. dat: Cajafas Hoogepriester in dien tijd was, daar op fpreekt: hij vers 19. van den Hoogepriester, en zegt vers 22. dat dei; dienstknecht aan Jefus gevraagd heeft , antwoordt gij alzo: d:n Hoogepriester ? Is er nu wel iets natuurlijker, dan daar, door den Hoogepriester van dien tijd, Cajafas te ver-fhan? — Men zegt wel, Annas wordt ook Hoogepriester genoemd Luk. III: 2. en Hand. IV: 6., doch daan komt het niet voor in zulk een famenhang, waar in bepaald, wordt aangewezen, dat C a j a f a s Hoogepriester deszelven jsars, dat is, van dien tijd was: en dat Cajafas hier bedoeld wordt, blijkt vrij uitdruklijk uit het 24de vers, daar: gezegd wordt, niet dat Annas de Hoogepriester Jefus zond tot Cajafas, maar Annas zond Hem tot C aj a-i tï i den Hoogepriester ,. dat is eene zo rechtflxeekfche aanwijzing op vers 13., en dit fluit zo kennelijk in, dat de Hoogepriester, van welken hier gefproken wordt, CajAi tas is, dat daar bij geen, of immer zeer weinig bedenking kan overblijven, al vergelijkt men Luk. III: 2. en Handi IV: 6.

Nog eens, 3. de herhaalde verloocheningen van Petrus zijn ontwijfelbaar op dezelfde plaats voorgevallen, dit is kwalijk op die onderftelüng toetepasfcn, dat Jefus eerst doon Anhas ondervraagd is. '— Men zegt hier wel op, zc:

al:

Sluiten