Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

278 De tweede en derde verloochen.

(W' "Doch » zou 'cr nict vceI ter verfchooning tvxjki voor Petrus ziin intcbrengcn ? -— Ik heb alle mogelijke verzwaarende omftandigheden van zijnen val op elkander geftapeld : maar moet ili ook niet hooren, wat 'er ter zijner verontfchul

diging te zeggen is? Ja, dat wil ik gaart

doen : hij zondigde , dit erken ik, niet mei voorbedachten raad, niet met opzet, nict om eenig vuil gewin, nict uit haat, niet met genoegen, maar hij deed het uit zwakheid, bi, verrasfing, uit menfehenvrees, en zo haasi hij zijn kwaad recht inzag, befchrcidc hij bitterlijk zijnen val. ■ Zijne vuurige gcaart

heid bragt hem in den ftrik, dikwerf nam hl bcfluiten, zonder genoeg doorgedacht te hebben , en hij verliet zich te zeer op zijnen moed. ■ Maar , met dat alles was zijne

zonde zeer zwaar, dit moet ik niet verbergen, want zo wordt Jefus liefde, Godlijke verlosfmg, kragtige bewaaring en overvloedige vertroofting, door dit geval, te luillerrijker verheerlijkt.

Iutnsfchen kan ik mij hier nog vertegenwoordigen , hoe zwaar der fmerten van Jefus vermeerderd zijn, door de herhaalde en verdubbelde zonden van Petrus. Ik zag te vooren reeds, hoe die heilige en menschlievende zielJ door Petrus eerfte verloochening fmertlijk i,

ge

Sluiten