Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

400 Pilatus vraagt de Jooden

XXVli. • Men ziet intusfchen hier wederom dezj Dvt.R veinüiarts de mugge uitfpouwen, en den ke mei doorzwelgen, de allerminfte hindernis ii uitwendige plichtsbetrachting fchroomen ziji en 't geen waarlijk Godsdienst is, treeden zi met voeten, zijdorden naarfchuldeloosbloed: zij fchroomen niet om leugen, list en aller lei boosheid te pleegen, ter bereiking van hm doel: maar willen echter het voorkomen va:; Godsdienftige menfchèn behouden, ja als ijve raars voor de reinighcid gefchat worden!

Pilatus dan fchikte zig naar de eigenzin nige en grilzieke neigingen der Jooden, en "hij hxam tot hen uit. Daar zag hij den gevan genen, de menigte van befehuldigers die den zeiven vergezelden, en viel daar door aan dords in 't vermoeden, dat dit een groos misdaader moest zijn,waarom hij, volgens dei Romeinen gewoonte, onderzoek deed, zeg: gen de : wat befchuldiging brengt gij tegen dezer, mensch ?

Edele gezindheid van den RomeinfcheE landvoogd! treffend leerbeeld voor allen, dk het lot van hunne rnedemenfehen zullen be«

üii.

ren, dat men fleHe: Jefus hebbe het Pafcha e't-n d*| vroeger dan de Jooden gevierd. Dit komt mij 't naastt voor: 't is zeer bekend, wat hier voor eu tegen doO beroemde mannen is aangevoerd,

Sluiten