Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4io Pilatus vraagt de Jooden

XXVII. brengen, wordt ten dood gevorderd! — Ho« Over- baazend zwaar was dit lijden! Zie ik mijnen Iramanuël hier omgeeven van eenen drom zij ner doodvijanden, die niets dan vuiien laste* tegen Hem uitbraakten , voor eenen richté ftaande die te veel eerlijkheid bezat, om Hen onverhoord te verdoemen , maar die geenj kloekmoedigheid genoeg had, om de onfchuh zijner zaake te verdedigen, daar ftaat Hij ali een alleen gelatene, als een lam omringt vai grijpende wolven! —— Dit bemoedigt mij; on der de befchouwing van den donkeren nach! van droeffenisfen, die mijnen verlosfer omgaf ei zijn lijden zo zwaar maakte, zie ik het lich

van zijne onfchuld daagen » Hij vvord

uitgemaakt voor eenen kwaaddoener, maar ei is geen bewijs voor, de onderhandeling vat den ftadhouder met der Jooden Oudden toom klaar genoeg dat het hier aan mangelde : danl zij Gods bedel! mijn Jefus was onfchuldig!!

Zo krijge ik aanleiding om Hem door | geloof als mijnen borg te eerbiedigen. Hil moest lijden als een kwaaddoener, om dat ili dit waarlijk ben, en Hij die ftraffe moes: draagen, welke ons den vrede aanbrengt! — Hij leed als kwaaddoener, niet dechts voorn deze of gene, maar voor alle zonden zijns volks, voor al hun kwaaddoen, voor alW

hun-: I

Sluiten