Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

496 Christus naar Herodes gebragt,

XXXI. maaken. Hij werd deswegens met nieuws* Over- gierigheid bevangen, en hoopte eenig teken t'e

denk, . „.. , t

zien. Zijne vrees was nu verdwenen, nu Je< fus als een gevangen tot hem werd gebragt, nu, dacht hij, zou Hij zich niet onderwinden om' hem te bedraden, nu kon hij zo veel te meel' hoopen, dat Hij wel eenig teken zou vertoojj nen, om gunst te winnen en ontflag uit zijne' banden te verkrijgen.

Gedreeld door deze hope, in de vaste ver-' wachting dat die niet zou feilen, vraagde hip Jefus met veele woorden. Welke deze vraagei! geweest zijn, kan ik niet bepaalen, 't is nie onvermoedelijk dat hij eerst onderzocht heeft f of Jefus waarlijk Johannes, of een van de oude1 Profeeten ware ? Of Hij 't was, bij wiens ge<( boorte eene der gefchenen had, en die docwï de Oosterfche wijzen was aangebeden ? vana welken aart zijne wonderwerken waren? dooup welke kragt Hij die verrichtte? hoe verre zijnt'i magt zich uitdrekte? wat Hij nog wel zouden kunnen doen? welke zijne oogmerken waren41 of Hij waarlijk een koningrijk zou dichten, etÈ hoedaanig dit zou wezen? wie dan zijne grill delingen zouden zijn ? hoe verre de paaien var dit rijk zouden uitgedrekt worden ? en derm lijke dingen meer. Zo ik al misfe in dezt:' vraagen, dit weet ik zeker, hij heeft niet géj"

vraagt!1

Sluiten