Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jesüs gegeesseld en bespot. Coy

je zien vlieten, en klagten te hooren zonderXXXVI medelijden te gevoelen, worden te meer ver-^*" jpoed, nu zij dezen geen woord van klagen |ooren ontvallen, nu zij eene bedaardheid van Ikiel in 't eerwaardig gelaat ontdekken, die zij Inkel aan gevoelloosheid toefchrijven. ■— O Ijslijk gezicht! nu is Jefus in nadruk met de misdaadigen gerekend, nu daat Hij aan die ■uil gebonden, daar menig roover en moordelaar aan gekluisterd was, om de draf zijner uveldaden te ontvangen, nu wordt zijn bloed, iat op de aarde vloeit, gemengd met het bloed ran de fnoodden der menfchen — vol aandoedng roepe ik met den Dichter uit: *

loest ghij de ftrengheit ook der Roomfche zeden fmaken, O Jefus overgoed, 'ich! mogt uw lichaem niet aan 't fchandig hout geraken ■> '\\ 't En zij door felle roên gepurpert in zijn bloed ?1

2 [ad dan de Rechter zich niet grof genoeg vergrepen, I Dat hij u dus verwees ?

>us fchuldeloos verwees? ach! moest hij noch met zwepen En roeden, morzelen uw teêr en edel vleesch?

I )e beulen toonen zich elck even zeer verbolgen,

i Hun krachten heulen t'zaem.

j ck zie op elcken (lag een' open wonde volgen, Op elcken wederdag een' purperroode flraem.

1 iinij! amij! die zweop komt op de teére lenden.

' Die op de ribben aen.

.0

3 * j. de Dekker Bladz. 227.

Sluiten