Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

<So3 Jesus gegeesseld en bespot*

XXXVI. O mijn' verfteende ziel, zie, zie op wat ellenden Over* En fmarten uwen Heer uw vuile lusten «aen. dekic zie, z,e hos d'onfcbuldmoet voor uwe fchulden bloeder!*: En ftp en zonder Item De gruwelijcke breuck vergelden en vergoeden,

Die Adam had gemaeckt, en ghij helaes! in hem. Hoe kondt ghij, kijckeren, dat fmijten langer dulden,

Ach! weet ghij wien men llaet? Men llaet den trouwen borg, die voor all 's werelds fchuldea Den borge, die voor mijn', die voor uw' fchulden ftaefc Men llaet den teêren rug, die met onz' fchelnierijen

Belast is al te Zwaer: Men (toet de fchouderen die d'onz' van flagen vrijen;

Men llaet een' God in 't vleesch, een God en mensch te gaêr: Wilt, beulen, aen dit vleesch uw' hand niet vorder fchenden

Roertj roert ze niet zoo vlug: Die ilag (gelooft 'et vtij) viel nutter op uw lenden, Die op des rechters borst, en die op mijnen rug. Verkeerde rechters, zegt, is 't niet genoeg gefmeten,

Niet lang genoeg gewoed? Ghij ziet (o wreed bedrijf!) den rug van een gereten, De fchouderen gevilt, den boezem rood van bloed: Ghij ziet de zijden bei doorfweept aan alle zijden,

En ziet ghij dit verdriet Dit bitter lijden aen ontkleet van medelijden?

Dit weenende gelaet, en, wreede, weent gij niet? Och! noch al, noch al klinckt dat kietfen in mijn' ooren

Van zweep en taeie roe. Daer Valt de leste flagh; of zou ick kwalijk hoorei? Ach neen; men bindt hem los gemat tot zwijmens toe

Dit is mijn troost, dat heilzaam woord: door Jesaias geboekt, door Petrus aan

d

Sluiten