Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

622 Jesus gegeesseld en bespot.

XXXVI. tegen Hem heeft verdraagen, * moet mijn Over- geduurig werk zijn: Hem zo te aanfchouwen dat ik naar Hem gelijke , daar toe geduurig, biddende tot Hem te vluchten, dat zal vool mij veilig zijn, daaraan mij te gewennen zal mij vrede befchikken!— Eindelijk, ik moet zè veel ik kan Jefus den fmaad, dien Hij om mijij nen wil leed, met dubbele eere vergelden. Ver^: gaderden de krijgsknechten de bende, om Jefus fmaad te vertoonen en te vermeerderen: ik moet,: zo veel ik kan, elk trachten toetebrengen omi Jefus liefde, Jefus eer te openbaaren en te ver-: grooten: ik moet voor mij zelve met mijn gan-i fche hart zijne eer erkennen. „ Ja eeuwig ge-: „ zegende Verlosfer voor Ü buige ik in den: „ diepften eerbied mijne kniën , ik erkenne: „ Uwe Godlijke waarde, en eere li gelijk ik: ,, den Vader eere. Mijn hart biedt U huldé: ,, als mijn koning, kroon enicepter kenne ik U ,-, toe, ik zie de doornenkroon met draaien van: hemelschlicht, enderietftaf met eenenfcep^ „ ter van rechtmaatigheid verwisfeld! Op den: „ troon uws vaders gezeten, ontvangt Gij der : „ gezaligden en der engelen lof, ook mijnéi „ ftameknde hulde. Voer heerfchappij over:

» mij»

* Hebt: XII: 3.

Sluiten