Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

654 DE LAATSTE POOGING VAN PILATUS,

XXXVIII treeding v; i de gewoonte der Romeinen in dd^ 0vER' zen, konden allermoeilijkfte gevolgen voor hem hebben, en welligt ftond er een zwaar oproe» uitteberften. *

Met deze gedachten vervuld, gaat Pilatus iti *i rechthuis, om te vernemen, of hij iets uj| Jefus kon krijgen, waardoor hij in ftaat gefield werd, om de valschheid dezer befchuldiging aantetoonen, en de Jooden te befchaamen 5

daar toe is zijn onderzoek geheel gericht.

Hij vraagt aan Jefus: van waar zijt gij? ———• Deze vraag fchijnt hij met gemelijkheid gedaan te hebben, zijn gemoed was geheel onftuimig. genepen van vrees, gedrongen door de Joo den, weinig hope meer ziende om het doel_J dat hij zich voorgefteld had, te bereiken, was hij zeer ongeregeld in hartstochten; daaron: graauwt hij Jefus af: vanwaar zijt gij? Het fchijnt mij toe, dat hij deze vraag doet, om te verneemen of Jefus iets van eenen meer dan menschlijken oorfprong , aangaande zich zei ven, erkennen zoude: dit, van waar zijt gijI is tog tot den oorfprong des Heilands, en niet

tot de plaats zijner geboorte te bepaalen.

Hij deed dit onderzoek, vermoedelijk om te beoordeelen, of er eenigen fchijn voor dit;

v oor-i |i

• Verg. Beza, en Lardner, I. deel, bladz. 108. I f

Sluiten