Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 14 )

bij gelukkige en voordcelige voorvallen en gebeurtenisien, waarover men redenen heeft zig te verblijden, door zijn eigen hart niet heimelijk gekweld, en zodanig wordt ontrust, dat men met den blijden niet volkomen blijde kan zijn: en dat men redenen tot misnoegen , of tot eene rechtmaatige droefheid hebbende , alsdan zijne gewoone bedaard- en gerustheid niet gebeel verliest; dat men dan wel, met de weenenden en bedroefden , weent en bedroefd is, maar zig toch inwendig van alle hoop en vertroosting niet geheel verftooken gevoelt, maar dat men, zijn hart door traanen ontlast hebbende, zig zeiven zo kan opbeuren, dat de voorige bedaard- en gelijkmoedigheid allengskens wederkeere ; met 'één woord, dat men, het lief en leed, het zoete en zuure van dit leven, in die omffandigheden, in welke men zig, door de Goddelijke Voorzienigheid, geplaatst vindt, zodanig: geniete en verduure, dat men niet opge^ blaazeu worde in voorfpoed, noch twijfelmoedig in nood en tegenfpoed; maar dat men, met betrekking tot alles wat ons overkomt, eene zekere bedaardheid behoude, zonderde inwendige gerustheid, den vrede der ziele, gebeel te verliezen. In zulk eene gemoedsgesteltenis, is het waaragtig geluk des menfehen gelegen; hij, die dezelve bezit, kan vnnrzeeker gezegd worden , waaragtig geiukkig ie zijn, voor zo verre de mensch, hierop aarde, ooit waaragtiü gelukkig kan

weezen. En dit geluk heeft de mensch

alken te danken, niet aan zijne fchatten,

maar

Sluiten