Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C6i )

vrngten van zijnen voorigen onbedagtzanmen, en ondeugenden levenswandel. — Zo dat, de groote dag van algemeene rekenfchsp zelfs ter zijde gefteld zijnde, liet nog altoos de allergrootfte dwaasheid is, zig in zonde en ondeugd toetegeeven; doordien toch , de altoos gebrekkige vermaaken der ondeugenden , vroeg of laat, zelfs op deze waereld, te niet gedaan

worden. En, goede God! welk een

Tooneel kan naarer en afgrijsl'^ker zijn, dan eenen ouden zondaar, die zig zeiven de bitterlte verwijten doet, aan den rand desgrafs, met den dood te zien worftelen? Hij ziet een Eeuwig leven voor zig, en, goede Hemel I welk een leven ? — Hij heeft niets meer te lioopen , en ach! veel, — zeer veel te vreezen. Welk een naar affcheiden van deze waereld moet dit niet zijn, en welke indrukken , welke zieltreffende aandoeningen moet dit niet te wege brengen , in de gemoederen van hun, die hier naa blijven, en die, op den rampzalig ftervenden, flegts eenige betrekking hebben ? —

Maar welk een geheel ander Tooneel is het aandoenlijk fterfbed des braaven en deugdzaamen ? Zijne ziel is ftil, en hoe gaarne hij ook hier met zijne vrienden bleeve voortleeven, nogthands begrijpt hij de onmogelijkheid daarvan: de hand van hem, die hem hier, door den dood, eerlang van zijnen post ftaat weg te neemen , is zeeker voor hem, als mensch, geducht, maar niet vreesfelijk, niet necrflaande; het is de band van dien zelfden God, dien hij hier in dit leven eerbiedigde , en die hem nu tot zich roept, om hem

groo-

Sluiten