Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 17 )

kan daar bijhaalen; en zij die eenig ander boek ter hunner onderrichting kiezen en volgen, vervallen tot veele buitenfpoorige denkbeelden, en niets beteekenende dweeperijen. Daar te boven, meer dan eens beveelt ons God in den Bijbel, dat wij zijn woord zullen leezen en onderzoeken: daartoe gaf Hij het aan ons; dit doet toch alles af — menkanimmers zijnen raad, zijn bevel, niet verbeteren.

Behalven de kennis, welke wij uit den Bijbel erlangen, nopens God en onzen pligt, is dit boek zeer leezenswaardig: wij heb&en in hetzelve de oudfte en eerfte gefchiedenis der waereld, en in het bjzonder vrij breedvoerig de belangrijke gefchiedenis van dat zo bijzonder volk, de Jooden; den oorfprong van het menschdom; de trapswijze ontwikkeling zijner vermogens;op zichzelven fchoone en belangrijke verhaalen; recht aartige raadfelen en vergelijkingen; geestrijke en puntige fpreuken; levendige "en verhevene teekeningen, de zonderïinglte en \vonderdaadig!tegebeurtenisleti,en,heeft men fmaakin de fchoone dichtkunst, de oudfte en roerendlte dichtftukken. — Men leest 'er ook veel van de zeden en gebruiken, en den land aart van vreemde en bil ons onbekende volken, enz. Wij oefenen en befchaaven ons verftand, en, het geen nog meêr is, uitmuntender boek voor het hart dan de Bijbel is 'er niet bekend. Dat wij God moeten liefhebben en vertrouwen, bij voorbeeld, en hoe wij dit moeten doen, leert ons de Bijbel; en daar bij toont hij B ons,

Sluiten