Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 55 )

TWEEDE AFDEELING.

Waarin wordt aangewezen , wat men voor den minvermogenden Burger nog zou kunnen doen, om hem zijne Bijbel-oefening aangenamner en gemaklijker te maaken.

Dit gedeelte mijner Verhandeling, zal zeer zeker, verre weg het kortste zijn. Ik kan, hoe zeer ik 'er ook op nadacht, niet zeer veel aan de hand geeven, het welk ik ber.kenen kan, dat goed en uitvoerelijk weezen zou:En om weinig denkbeelden uit te drukken, behoef ik niet veele woorden. Het fmart mij, dat ik niet zeer veel zeggen kan ; dan het weinige zij nu flechts doeltreffend; het ftichte hier en daar eenig nut, het worde beproeft, en beproeft bevonden ; het wekke anderen op,-^ geeve eenige voorlichting aan veelen, — doe ook mij van tijd tot tijd meerder voorlichting erlangen door anderen; het geeve veele vrienden van het menschdom en van den Bijbel eenen nieuwen ijver, - het doe ons allen te lamen werken, een ieder naar zijn vermogen! Hce zal ik mijnen God dan danken; dan zal dit kleine gefchrift tot een uitgebreiden zegen zijn. Daarop moet men in het algemeen werken, dit fpreekt van zelve, dat de minvermogende Burger meer imaak krjge in het leezen van den Bijbel; dat hij dien aandachtig leeze met oogmerk om daar door D 4 te

Sluiten