Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 81 )

trafieken, het gebrek aan behoorlijk werk , daar aan moeten, ten deele althans, toegefchreven worden, en aan den anderen kant, was het bij ons wel zodanig fteeds gefield, dat de weikzaame man, door vlijt en ijver zijn behoorlijk onderhoud verdienen kon?

Al neemt men hier bij niet in aanmerking, bijzondere duure tijden van fchaars gewas, van oorlog, en dergelijken, waartegen ook niet gewaakt kan worden, zo ttemt toch ieder toe, dat al het geen tot levensonderhoud noodig is , federt jaaren aanmerkelijk in prijs geflegen is; terwijl de knechtelijke arbeid, waar toe zich de minvermogenden meestal moeten begeeven , geene evenredige verhooging van daghuur heeft genooten.

Wanneer nu daar te boven, (het geen ongelukkig genoeg veel al zo gaat) de mede fleepende kracht van het voorbeeld, de mode, de verkeering, den minvermogenden aan meerder behoeften gewent , gelijk thans die ftand veel meer tot behoorlijk onderhoud vordert, dan voorheen; zo volgt hier uit, dat ook de vlijtigfle werkman, met al zijn arbeid ter naauwernood zo veel kan bijeen fcbraapen, als tot de noodwendigheden zijns levens wordt vereischt. -

Maar welk zal hier van het gevolg moeten zijn , indien de arbeid ons opgelegd, niet evenredig is, aan onze krachten; indien de hoop, welke den arbeid met vermaak doet onderneemen , wordt te leur gefield ? Zo hij niet volkomen aan onze behoeften kan voldoen, wordt hij ondraaglijk en moet ah? eene ijslijke flavernij, of wreede kastijding F wor-

Sluiten