Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 51 )

wierd, en om dat ziekte en docter wel bij elkander pasfen, zo droomde zij van deezen.

he n d. Maar gij hebt ons alleen van droómen gefprooken : zijn 'er gêene voorbeelden van waakende voorgevoelens? • goed h. Ja wel, maar in lang zo veel niet als in den flaap.

hend. Waarom dat?

goedh. Als gij dit begrijpen zult, moet gij wel opletten. Wanneer iemand wakker is, ziet hij gedurig dingen, die buiten hem zijn; deeze maaken gemeenlijk meer indruk op hem, dan inwendige verbeeldingen: want ats hein. wakker zijnde al eene inbeelding overvalt. zo laat hij die fchielijk weêr vaaren, bm dat hij weet dat het niets anders is dan inbeelding. Maar bij een Slaapenden, die niets ziet, voelt of hoort, vertoonen zich de inbeeldingen, en hij.houdze voor wezendlijke voorwerpen, die buiten hem zijn, om dat hij in den flaap het een van het ander niet onderscheiden kan. Menfehen, die buiten den flaap veele en diepe inbeeldingen hebben, zou men derhalven waakende droomers kunnen noemen.

Gij ziet nu genoegzaam, van hoe veele omftandigheden de voorgevoelens afhangen, Zij zijn derhalven niets \vaard, dewijl men 'en in het geheel geen rekening op maaken kan, en hoe gevaarlijk het is, zich op dezelve te "verlaaten,, zal u blijken uit het voorbeeld van den Carthaagfchen veldheer amilcar. Bij gelegenheid dat hij Sijracufe, een ftad in Steilten, belegerde, meende hij in den D s droom,'

\

Sluiten