Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 197 )

Geestenziender, tas zo genaamd, wilde eens zijnen vriend oog- en oorgetuige van zijne verkeering met de Geesten maaken. Hij wendde dan in zijn kamer zittende zijne oogen naar de glazen van 't vertrek, en hieldze daarop een tijd lang onwrikbaar bepaald, wanneer hij eindlijk als in verrukking riep „ daar komt » mijn Geest!-" en daar op met dien gewaanden Geest op eenen verhevenen toon eene famenfpraak hieldt, terwijl deze vriend niets hoorde noch zag, dan tas zo, die zelve vraager en andwoorder te gelijk was.

Zo veele natuurlijke bronnen (V), waaruit zogenaamde fpookverfchijningen kunnen ontftaan heb,ik opgegeeven.Zouden dezelve niet toereikende wezen om alle de fpookvertellingen, voor zo veel die gebeurde zaaken ten gronddaghebben,en geene loutere verdichtfels zijn, op eene natuurlijke wijze te verklaaren? zo ja, waar blijft dan de gefchiedkundige waarheid der fpookverfchijningen V Mij dunkt ik hoor u zeggen: Ik wil niet ontkennen dat „ mijn geloof aan fpooken, onder uwe aan,, wijzing van de natuurlijke oorzaaken, waar -

„ uit

Cz) Nog meer anderen geeft hennings op, bij voorbeeld de Toonkunst, dewelke leert, dat twee gelijk geftemde muziekinftrumenten beiden geluid gee. ven , wanneer de fnaaren van een van beiden geroerd worden : van welk verlcbijnfel zekere Wiskunftenaar, te Aix'xn Provmce, zich zo meesterlijk wist te be. dienen, dat hij op deeze wijze eene cither, die hij een geraamte in de.handen had gefteld, deedt fpeelen tot verbaazing der aanfebouwers. Zie Leer der Geesten en Geestenzienders 1. Deel bladz. 28a. N 3

Sluiten