Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tempel. $5

biddende fchare van de reeds gezaligden ontfangen zou. — Zulke verwagtingen had Simeon, en kan men het hem kwalijk nemen, dat hij naar den dood verlangde ? Het zij zo T. dat in zijne verlangens zig iets menfchelijks mengde, zij blijven nogthans eerwaardig, edel, navolgenswaardig— Simeonblijft tog een man van een verheven karakter, als hij met den Zaligmaker op den arm , vol fmagtend verlangen naar de hemelvreugd uitroept. Nu Heer !

laat gij uw dienstknegt gaan in vrede ? *

Wij zien Jefus niet T., gelijk Simeon. De in het vleesch geopenbaarde Zoon Gods is niec

meer op aarde. Hij is in den Hemel 0p

den troon van God verre buiten ons ge-

zigt. ■— Maar, al kondet Gijl. dit geluk van Simeon deelagtig worden, zou het ligchameJijk aanfehouwen van Jefus alleen in ftaat zijn, om zulke fchone gevoelens in uw hart te verwekken ? Neen; Simeon zag met de oogen der ziel, 't geen de oogen des ligchaams niet zagen. Voor de oogen des ligchaams was Jefus een zwak, armoedig, Joodschkind, een zoon van de eenvouwige Maria, die niets groots, niets bovengemcens beloofde, maar voor zijne verlichtte zielsoogen ö! hoe groot!hoe

E god-

Sluiten