Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tempel. 6j

delijke Majefteit toegerusten Rigter van levendigen en van doden. —r En wat dan? Zondaar ! wat dan ? Gij beeft op het denkbeeld van den dood, (en gelukkig zijt gij, indien gij nog kunt beven, want dit toont dat het zedelijk gevoel nog niet geheel bij u is uitgcbluscht) gij fchrikt voor de rampzalige gevolgen van den dood, en waarlijk met het hoogfte regt. Uwe ongelijkvormigheid aan Simeon, uwe ongelovige verwerping van het aangeboden heil, uwe afkerigheid van den dienst Gods, uwe zinnelijke driften, zinnelijke daden, uwe bekende en onbekende , verdedigde en niet beweende zonden geven aan den dood alle de verfchrikkclijkheden , welke hij hebben kan. Indien gij zo voortgaat, moet gij fterven als gevoellozen, of als vertwijfelden. Gij fiddert voorden dood, en roept geduriglijk de vermaken, deverftrooingen te hulp, om de gedagte aan denzelven, die zig fteeds met geweld aan u opdringt, te verflikken. Maar wat is deze kortftondige, rasafgebroken fiddering te vergelijken bij het hartdoorvretend, naamloos, nimmereindigend, onuitroeibaar angst gevoel, dat de dreigende ogen van dien vergrimden Rigter in dat uur der plegtige befluiting zijner Middelaarswaardigheid in

uwe ziel zullen werpen? Ach! het zal een

fchrik zijn, die geene vermaken kunnen verdrijven, geene vrolijke vrienden kunnen iiitE 2 blus-

Sluiten