Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

138 de Christelijke zagtmoedïgheid

de medelijdende liefde van onzen Heer met

het treurig lot der grootfte misdadigers !

en hij kon zig niet bedwingen om uitteroepen, ach! dat gij bedagt wat tot uwe vrede dient, (f) ■—■ Men wreekt zig dikwils niet, uitonmagt, maar Jefus verdroeg alles, en zijn verdragen was geen zwakheid, hij hield zig niet ftil uit onmagt. Ziet hem in dat uur, toen de zendelingen der boosheid zig opmaakten , om hem te vangen, liet hij zig niet gewillig heenliepen ? Was het onmagt in hem, die met één woord alle zijne vangers ter aarde wierp gelijk doden ? Was het onmagt in hem , die maar behoefde te gebieden, en twaalf legioenen Engelen zouden gereed zijn, om op zijne wenken te pasfen ? Was het onmagt in hem, . die met een wonderwerk het oor van Malchus genas , 't welk de driftige Petrus had afgehouwen ? Was het onmagt, of grootmoedige inhouding van zijne magt. Hij, die eens zal zitten op den Rigterftoel van s' Waerelds AlbeBnprfcher, om vonnis te fpreken over alle de geflagten der aarde , wilde in de dagen van zijn vleesch toonen, dat hij niet gekomen was, om de waereld teverderven, maar om dezelve te behouden, en zijne barmhartige liefde tegen zijne vijanden moest bewijzen, dat hij gefchikt

was

(f) Luc. XIX: 42.

Sluiten