Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OMTREND DE MENSCHEN. 201

I voor deftralen der Zon ! welke weldadige vógI tigheden voeren zij met zig ! wie gebruikt ze I tot deze heilfame oogmerken ? Wie maakt haar dan tot regenwolken, dan tot fneeuwwolken, nadat de aarde, die ons voeden moet, dit vereischt ? Wie voert de winden aan in zagte fuifingen, of in ruisfchende, luchtzuiverende ftormen ? Wie vormt den brullenden donder, enden pragtigen blikfem ? Wie maakt dit ontzagbarend verfchijnfel der Natuur dikwils zoo weldadig in desfelfs gevolgen ter zui1 vering van eene lucht, te zeer verhit, te zeer I beladen met fchadelijke dampen ? Wie verhin1 dert zoo dikwils desfelfs vernielingen ? Wie 9 ftrooitden rijm des Hemels, om onze planten, H kruiden en bomen, in den winter te beveiligen I tegen de al te bijtende fcherpte van de vorst? I Wie zendt de vorst, om millioenen van fcha1 delijke infekten te doden ? Wie geeft de wol-

0 lige fneeuw, om de fijne punten onzer wintergranen te bedekken voor de woede van de vorst?

1 Wie geeft den dauw , om onze uitdrogende I planten te verkwikken , en het gemis van re| gen, bij brandende zomerdroogte, te vergoe-

1 den ? Wie doet dit alles om thans niet

| meer te zeggen wie ? En voor wie ? God

| G. de Verzorger, de Weldoener van ons leven.

| Laten wij tog op zijne groote daden letten,

i en wij zullen ervaren dat hij Goed is, Goed zelfs

R 3 in

Sluiten